Wat is VLamax en waarom mis jij explosiviteit in koers?
Je kunt urenlang een strak tempo rijden en je basisconditie is beter dan ooit. Maar zodra er in een koers gedemarreerd wordt, of je een kort steil klimmetje over moet, parkeer je volledig. Klinkt bekend? Het probleem ligt waarschijnlijk bij je VLamax.
De verborgen motor van de wielrenner
In de wielerwereld praat iedereen altijd maar over de VO2-max en de befaamde FTP (Functional Threshold Power). Als die twee hoog zijn, ben je toch een goede wielrenner? In de praktijk is het helaas niet zo simpel. Om competitief te zijn en wedstrijden te winnen, is er nog een derde, vaak vergeten, component: de VLamax.
VLamax staat voor de maximale snelheid waarmee jouw lichaam lactaat (melkzuur) kan produceren. Waar je VO2-max het aerobe systeem (zuurstof) vertegenwoordigt, is je VLamax de graadmeter voor je anaerobe systeem (suikerverbranding zonder zuurstof). Simpel gezegd: de VLamax bepaalt jouw pure explosiviteit en je vermogen om harde versnellingen te plaatsen.
Ben jij een diesel of een sprinter?
Je VLamax waarde bepaalt in grote mate welk type renner je bent:
Een lage VLamax (de diesel): Tijdrijders en pure klimmers hebben baat bij een lage VLamax. Hun lichaam verbrandt nauwelijks suikers, produceert heel weinig lactaat, en kan extreem efficiënt vetten verbranden. Ze kunnen urenlang strak tempo rijden (zoals een Victor Campenaerts of Remco Evenepoel), maar als ze moeten sprinten, mist de absolute topsnelheid.
Een hoge VLamax (de puncher/sprinter): Criteriumrenners en sprinters (denk aan Jasper Philipsen of Mathieu van der Poel) hebben een enorm hoge VLamax. Ze kunnen ongelofelijk veel power leveren in een korte tijd door heel snel melkzuur aan te maken. Het nadeel? Hun anaerobe motor staat altijd "aan", waardoor ze sneller door hun suikervoorraden heen branden en op de lange cols sneller in de problemen komen.
Waarom jij altijd gelost wordt bij versnellingen
Veel amateurrenners trainen tegenwoordig structureel volgens het 'polarized' model. Ze rijden uren en uren rustig in Zone 1 of Zone 2, en doen af en toe een FTP-blokje. Wat gebeurt er? Hun VLamax keldert. Ze worden de perfecte, zuinige diesels voor een Gran Fondo, maar verliezen al hun explosiviteit.
Start je met datzelfde lichaam in een amateurkoers of een kermisronde? Dan word je na de derde bocht, waarbij je even 800 watt moet wegtrappen om het wiel te houden, onherroepelijk gelost. Je mist simpelweg het anaerobe vermogen om die korte klappen op te vangen.
Testen is weten, trainen is bijsturen
Het mooie van de VLamax is dat hij enorm trainbaar is. Afhankelijk van jouw doelen (wil je criteriums winnen, of wil je de Marmotte uitrijden?) kunnen we je VLamax met gerichte trainingen kunstmatig verhogen of juist verlagen.
Maar dat begint natuurlijk allemaal met meten. Tijdens onze uitgebreide lactaattesten bij YVH Coaching bepalen we niet alleen je omslagpunt, maar brengen we ook exact in kaart hoe jouw VLamax ervoor staat. Pas als we die waarde weten, kunnen we jouw trainingen finetunen zodat je straks wél mee bent met die ontsnapping.
Tijd om te ontdekken wat voor motor jij hebt?
Wil je weten of je een geboren diesel bent of eigenlijk veel meer explosiviteit in je mars hebt? Boek een complete inspanningstest en ontdek je VLamax.
Boek een inspanningstest